INHOUD WEBPAGINA
Op deze webpagina worden de volgende aan bestekken gerelateerde onderwerpen nader toegelicht:
- Leeswijzer STABU Bestekboek
- Leeswijzer: STABU-Standaard
- Leeswijzer: STABU Codering
- Leeswijzer: STABU Bestekpost
- Leeswijzer: Van de Laak STABU bestekboek
- Bedrijfsgebonden inkoopvoorwaarden versus UAV 2012
- Revisiebestek
- UAV 2012 (versie 2025) - Aansprakelijkheid aannemer na oplevering
- UAV 2012 - Aannemingsovereenkomst
- UAV 2012 - 'Of gelijkwaardig'
- UAV 2012 - Keuren van bouwstoffen (§ 18)
- UAV 2012 - Garantieverklaring
Leeswijzer: STABU-Standaard

De STABU-Standaard is een door STABU 5-jaarlijks uitgegeven boekwerk dat onderdeel uitmaakt van een STABU Bestekboek.
Het boekwerk bevat onder andere:
Het boekwerk bevat onder andere:
- de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken (UAV 2012);
- begrippen (bijvoorbeeld wat er verstaan wordt onder ‘wild verband’);
- beschrijving van de omvang van ieder STABU Hoofdstuk;
- algemene eisen en uitvoering (bijvoorbeeld dat pastegels kleiner dat een halve tegel niet mogen worden toegepast);
- vlakheidseisen van een aantal onderdelen (o.a. van metselwerk, stukadoorwerk, tegelwerk, systeemplafonds- en -wanden).
Het STABU Bestekboek en de STABU-Standaard zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dus een noodzakelijk boekwerk voor iedereen die op welke wijze dan ook te maken heeft met STABU Bestekken.
Leeswijzer: STABU Codering
Opvallend aan een STABU Bestekboek is de codering. Het lezen van zo'n bestekboek wordt makkelijker als je weet hoe die codes zijn opgebouwd. Met onderstaande voorbeelden wordt dit uitgelegd. In de voorbeelden staat ‘C’ voor een (willekeurig) ‘cijfer’ en ‘L’ voor een (willekeurige) ‘letter’.
Leeswijzer: STABU Bestekpost
Een STABU Bestekpost is de specificatie van een Bouwdeel.
Een gebouw kun je opdelen in elementen (fundering, wand, dak, vloer, wandopening, dakopening, vloeropening, wandafwerking, dakafwerking, vloerafwerking, installaties, etc.). Zodra er materiaalsoorten aan een element zijn toegekend, spreken we van een Bouwdeel.
Een STABU Bestekpost bestaat uit de navolgende onderdelen:
Korttekst: de titel en tevens samenvatting van de Bestekpost.
Resultaatsomschrijving: de beschrijving van het Bouwdeel zoals het er in gerede vorm moet uitzien. Bijvoorbeeld: metselwerk in wild verband, met vastgestelde vlakheid. Zinvol is dat hetgeen je eist ook verifieerbaar is; dat bijvoorbeeld een vlakheidseis meetbaar is. In het geval van metselwerk, zijn er in de STABU-Standaard tabellen opgenomen waarin vlakheidseisen zijn vastgelegd en ook meetmethoden om de eis te verifiëren. In de Resultaatsomschrijving kun je ook de prestatie-eisen van een Bouwdeel vastleggen zoals isolatiewaarde, brandwerendheid of inbraakwerendheid. In principe worden in een STABU Bestekboek geen uitvoeringswijzen vastgelegd (storten met pomp, metselen m.b.v. metselprofielen, steigerwerk, etc.). Het (meetbare) resultaat telt. Hoe dat resultaat wordt gerealiseerd is de verantwoordelijkheid van de aannemer. Er zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld: funderingspalen aanbrengen d.m.v. heien.
Bouwstofspecificatie(s): beschrijving van de bouwstof(fen) waarmee het resultaat wordt gerealiseerd.
Bouwdeel: een Bestekpost wordt afgesloten met het betreffende Bouwdeel, met daaronder een beschrijving waar het zich bevindt in/aan het gebouw. Het Bouwdeel kun je één of meerdere alternatieve codes geven, bijvoorbeeld een NL-SfB-code, waarop gesorteerd kan worden. Naast de bekende STABU werksoortenvolgorde kan het bestekboek dan ook worden uitgedraaid op NL-SfB elementen volgorde. Dat is handig/noodzakelijk als je het bestekboek wil linken met het BIM-model.
Met andere woorden; in een STABU Bestekpost wordt vastgelegd:
- WAT (Korttekst)
- HOE (Resultaatsomschrijving)
- WAARMEE (Bouwstofspecificatie(s))
- WAAR (Bouwdeel plaatsbepaling)
Voorbeeld STABU Bestekpost:

Leeswijzer: Van de Laak STABU bestekboek

Binnen de duidelijke structuur in de STABU Systematiek zie je toch verschillen tussen STABU Bestekboeken van verschillende bestekschrijvers. Een door Van de Laak BouwAdvies opgesteld STABU Bestekboek kenmerkt zich op de volgende wijze.
- Een Bestekpost beschrijft het gehele onderdeel zoals het uit de fabriek komt (voor zover de STABU-Systematiek dit toelaat). Bijvoorbeeld het houten buitenkozijn inclusief fabrieksmatig grondwerk en afgehangen deuren en ramen met hang- en sluitwerk.
- Een Bestekpost beschrijft het gehele systeem zoals het in het werk wordt aangebracht (voor zover de STABU-Systematiek dit toelaat). Bijvoorbeeld het witpleisterwerk inclusief hechtlagen, wapeningsmateriaal en stucstopprofielen.
- Er wordt sterk gedacht vanuit werksoorten.
Hoofdstuk 46 SCHILDERWERK betreft het schilderwerk dat in het werk door de schilder wordt aangebracht.
Handig bij het aanvragen van offertes bij onderaannemers; de werkzaamheden zijn per hoofdstuk afgebakend.
Fabrieksmatig aan te brengen grondlagen en aflaklagen staan in de Bestekspost van het betreffende onderdeel. Dakpannen die als gevelbekleding worden toegepast, staan in hoofdstuk 33 DAKBEDEKKING (en niet in bijvoorbeeld hoofdstuk 31 SYSTEEMBEKLEDINGEN) omdat deze door de dak(pan)dekker worden aangebracht. ‘Dakdekkerswerk’ zou een betere titel zijn geweest voor hoofdstuk 33.) - Voor kleuren, Rc-waarden, betonsterkteklassen, e.d., wordt er verwezen naar het besteksdocument waarin deze ‘grootheid’ is vastgelegd (kleur-/materiaalstaat resp. EP-berekening resp. Constructierapport). Dit om tegenstrijdigheden te voorkomen.
- Kenmerken van bouwstoffen die thuishoren in documentatiefolders worden niet opgenomen in de bestekspecificatie. In veel gevallen wordt dus volstaan met de vermelding van de fabrikant, het type en de variabelen nodig om de bouwstof te bestellen (bijvoorbeeld afmeting en/of kleur).
Daarbij wordt er ook gekeken welk STABU Hoofdstuk de beste teksten biedt om het Bouwdeel te beschrijven.
Voorbeeld:
Een kunststof pui wordt vaak incl. beglazing vanuit de fabriek geleverd. Volgens de methode van item 1 zou de beglazing in de Bestekspost van de kunststof pui moeten staan. Maar omdat STABU hoofdstuk 34 'BEGLAZING' betere teksten biedt (en de beglazing vaak los wordt bijgeleverd en in het werk wordt aangebracht) is ervoor gekozen de beglazing op te nemen in hoofdstuk 34.
BEDRIJFSGEBONDEN INKOOPVOORWAARDEN versus UAV 2012
Inleiding
Een bestekboek omvat de beschrijving van ‘het werk’ en de voor het werk geldende voorwaarden. Die besteksvoorwaarden zijn vrijwel altijd gebaseerd op de UAV (Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken).
Regelmatig wordt door inkopers verlangd om de eigen, bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden op te nemen. Dat stelt de bestekschrijver voor een dilemma, omdat zijn (STABU)bestek en moederbestekboek waarmee hij/zij het projectbestek mee samenstelt gebaseerd is op de UAV 2012.
Uiteraard moet dat geen obstakel zijn om een projectbestek samen te stellen waarin bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden van toepassing zijn. Feit is wel dat de inkoper een zorgvuldige afweging moet maken bij de keuze tussen bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden of de UAV 2012. Deze notitie kan daar behulpzaam bij zijn.
Bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden
Veel bedrijven gebruiken bij de Inkoop van diensten en goederen hun eigen Inkoopvoorwaarden. Verstandig om bij het aangaan van contracten de verhoudingen tussen opdrachtgever en opdrachtgever schriftelijk vast te leggen o.b.v. Inkoopvoorwaarden. Bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden zijn toegespitst op je eigen bedrijf en dus in je eigen voordeel. Onbekendheid in vergelijking met standaard voorwaarden zou een nadeel kunnen zijn.
UAV 2012
Voor het contracteren van de partij die het werk gaat uitvoeren (aannemer) zijn de UAV opgesteld. De eerste uitgave (1968) is ontstaan uit de AV 1938. In 1989 is er een nieuwe versie uitgebracht die in 2012 (huidige versie) op een aantal punten is herzien. Een groot succes die UAV want er zijn weinig voorwaarden die zo frequent worden toegepast, die met zo weinig aanpassingen al zo lang bestaan en waar zowel tot tevredenheid van opdrachtgevers als opdrachtnemers (aannemers) mee wordt gewerkt.
Samen met door Stabu ontwikkelde Aanvullende Bepalingen al dan niet met toevoegingen uit de BNA/BNB-referentiebepalingen, kun je daar een uitstekende set projectspecifieke voorwaarden mee samenstellen.
Verschil Bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden en UAV 2012
Bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden zijn vaak algemeen, star en bedoeld voor inkoop van allerlei verschillende zaken waaronder goederen, diensten en ict. En bij bepaalde bedrijven dus ook bouwwerken!
De UAV zijn juist heel specifiek en alleen geschikt voor het opdragen van werk aan aannemers. Doch ook flexibel vanwege geboden keuzemogelijkheden waarmee je de voorwaarden projectspecifiek kunt maken.
De UAV kenmerken zich met eigen vakjargon en speciale, bouwgerelateerde bepalingen die je (meestal) niet vindt in bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden, zoals:
- rangorderegeling in geval van tegenstrijdigheden tussen contractdocumenten;
- geldigheid van toepassing verklaarde technische normvoorschriften;
- directievoering (het aanstellen van een daarin gespecialiseerde personen(persoon) die de opdrachtgever vertegenwoordigen en de bouw managen en toezien op onder andere kwaliteit en compleetheid);
- aanvullende verplichtingen bouwbedrijf waaronder beschikbaarstelling materieel, uitvoering hulpwerken (steigers, bekisting), betaling precario, uitzetten/afbakening/maatvoering, etc.;
- waarschuwingsplicht bij ontdekking fouten/tegenstrijdigheden in contractstukken en bij fouten/ gebreken in door de opdrachtgever voorgeschreven constructies/werkwijzen en ter beschikking gestelde bouwstoffen of hulpmiddelen;
- orde en veiligheid op het werk;
- beproeving van gerealiseerde installaties;
- opleveringsprocedure;
- onderhoudstermijn (periode waarin de gecontracteerde partij aan de dag tredende gebreken moet herstellen);
- aansprakelijkheid na oplevering en garanties m.b.t. optredende gebreken;
- schorsing of beëindiging van het werk in onvoltooide staatcontract;
- al dan niet honoreren van alternatieven;
- eigendom van overgebleven bouwstoffen (bijv. te veel geleverde stenen);
- eigendom van oude, uit het werk komende bouwstoffen (bij sloop);
- keuring van bouwstoffen alvorens ze worden verwerkt;
- bouwvergaderingen;
- aanleveren documenten m.b.t. proces- en kwaliteitsbewaking: tijdschema(‘s), werkplannen, dagboeken, werkbescheiden, betalingsschema;
- coördinatie van in elkander grijpende werken en van externe partijen die tegelijkertijd en op dezelfde locatie werkzaam zijn;
- bepalingen ingeval er zich wijzigingen in de uitvoering voortdoen;
- bepalingen m.b.t. verrekening van o.a. wijzigingen, overeengekomen stelposten en verrekenbaar gestelde hoeveelheden;
- betalingen in termijnen (naar stand werk);
- boetes bij overschrijden uitvoeringstermijn;
- zekerheidstelling om d.m.v. bankgarantie of tijdelijk inhouden van een deel van de betaling te bewerkstellingen dat de gecontracteerde partij zijn verplichtingen nakomt;
- verantwoordelijkheid voor schade aan het werk, voor schade aan eigendommen opdrachtgever en voor schade een eigendommen derden;
- afsluiten CAR verzekering en Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering
- aanvullende bepalingen m.b.t. de Wet Aanpak Schijnconstructies en Wet Arbeid Vreemdelingen.
Inkoop (bouw)werk
Het inkopen van een bouwwerk is niet gemakkelijk. Onder andere vanwege de bijzondere kenmerken van een te realiseren bouwwerk, zoals:
- unieke samenstelling: geen seriematig product, nagenoeg ieder bouwwerk heeft een andere vorm en samenstelling;
- speciale, complexe wet- en regelgeving;
- hoge inkoopbedragen;
- totstandbrenging door vele partijen waaronder ontwerpers, adviseurs, bouwers, installateurs, directievoerder(s);
- gedeelde verantwoordelijkheden omdat meerdere partijen in verschillende fases werken aan ontwerp en realisatie;
- vele aanpassingen/wijzigingen gedurende het gehele ontwerp- en realisatieproces.
Bij de inkoop van een bouwwerk o.b.v. bestek en tekeningen zul je daarom zorgvuldig moeten afwegen of je de succesvolle, in de bouwsector alom bekende en beproefde UAV 2012 gaat hanteren of je eigen Inkoopvoorwaarden. Bij de afweging hiervan kan de uitgebreide opsomming in de vorige paragraaf behulpzaam zijn.
Praktijk
Bij van toepassing zijnde bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden zie je in de praktijk dat er ondanks die voorwaarden er toch wordt gewerkt volgens de ‘traditionele’ (UAV-)werkwijze met directievoering e.d.
Meestal gaat dat goed, mede omdat er bij bedrijven die vasthouden aan bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden meer werk in de pipeline zit en je dus wel uitkijkt daarin niet mee te gaan.
Beide van toepassing verklaren, met rangorde
De verleiding is groot om zowel de UAV als de bedrijfsgebonden Inkoopvoorwaarden van toepassing te verklaren, met laatst vermelde uiteraard als hoogste in de rangorde.
Als bij een geschil de ene geen duidelijkheid verschaft zou je kunnen terugvallen op de andere zou je denken. Maar met verschillende voorwaarden in één contract creëer je een juridisch gedrocht met een vat vol tegenstrijdigheden. Verschillende begrippen leiden tot Babylonische spraakverwarring hetgeen een vlot proces niet ten goede komt.
In geval van beslechting van een geschil door arbiter of rechter zal een contract met verschillende voorwaarden je positie niet verstevigen.
Overigens moet de aannemer bij het aangaan van een opdracht tegenstrijdigheden melden (o.b.v. artikel 7:754 van het Burgerlijk wetboek). Dat zie je weinig gebeuren. Zou dat zijn omdat de aannemer zich weinig zorgen maakt wanneer de opdrachtgever een contract met verschillende voorwaarden een juridisch gedrocht heeft gecreëerd?
Advies
Het aangaan van een bouwcontract gaat gepaard met diverse risico’s, voor beide contractpartijen. Overweeg zorgvuldig welke voorwaarden je toepast. De stelling dat de Inkoopvoorwaarden standaard gehanteerd worden bij alle inkoop mag daarbij geen doorslaggevende reden zijn.
Dat de UAV ongunstig zouden zijn voor de opdrachtgever is een fabel. Het bestek met de projectspecifieke aanvullingen op de UAV vormen, indien juist opgesteld, een uitstekende basis voor de aannemingsovereenkomst.
|
Artikel 7:754 BW: De aannemer is bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomst verplicht de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Hetzelfde geldt in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder begrepen de grond waarop de opdrachtgever een werk laat uitvoeren, alsmede fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften. |
|---|
© Mark van de Laak | 03-04-2020
Revisiebestek

Het gemak van revisiedocumenten
Stel, u wil uw pand gaan verbouwen, waaronder een ingreep bij de sanitaire ruimten. Bij de oplevering zijn er revisietekeningen verstrekt, dus is er exact te bepalen waar de leidingen lopen. I.v.m. de verbouwwerkzaamheden moet het tegelwerk worden hersteld, dus moet worden achterhaald welk merk/kleur tegels er destijds zijn toegepast. In het bestek stond een stelpost voor de aankoop van de tegels, welke er uiteindelijk zijn toegepast is niet meer boven water te krijgen. Jammer, zodoende kan het tegelwerk niet worden hersteld maar moet compleet worden vervangen. Vraag is dus: waarom worden er wel revisietekeningen gemaakt, doch geen/zelden revisiebestekken? Ik kan de vraag niet beantwoorden, want het zou geen kostbare zaak hoeven zijn.
Opleverdossier
Met de op 1-1-2023 in werking tredende Wet Kwaliteitsborging wordt een nieuw art. 7:757a aan het Burgerlijk Wetboek toegevoegd. Hierin wordt de aannemer verplicht bij oplevering een ‘opleverdossier’ aan de opdrachtgever te verstrekken met informatie over het gerealiseerde bouwwerk. Het is goed denkbaar dat het revisiebestek een belangrijk deel van de inhoud van dit dossier gaat vormen.
|
Het nieuwe artikel 7:757a BW: In geval van aanneming van een bouwwerk legt de aannemer bij de kennisgeving dat het werk klaar is om te worden opgeleverd, bedoeld in art. 758 lid 1, een dossier aan de opdrachtgever over met betrekking tot het tot stand gebrachte bouwwerk. Het dossier bevat gegevens en bescheiden die volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst door de aannemer en de te dien aanzien uitgevoerde werkzaamheden en bevat in ieder geval:
|
|---|
© Mark van de Laak | 17-04-2020
UAV 2012 (versie 2025) – Aansprakelijkheid aannemer na oplevering
Herziene UAV 2012 (versie 2025)
Op 26-02-2025 is een herziene versie van de UAV gepubliceerd in de Staatscourant: UAV 2012 (versie 2025). In deze nieuwe versie van de UAV zijn lid 1 en 2 van paragraaf 12 komen te vervallen omdat die strijdig waren met het Burgerlijk Wetboek. (Lid 3 was in de vorige versie al komen te vervallen.) Lid 4 en 5 van paragraaf 12 zijn aangepast als gevolg van het vervallen van lid 1.
De strijdigheid had te maken met lid 4 van artikel 7:758 BW dat van kracht is geworden met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die op 01-01-2024 is ingegaan.
De aansprakelijkheidsregelingen voor gebreken na oplevering zoals die waren opgenomen in paragraaf 12 van de vervallen UAV 2012 (versie 2012) was in strijd met artikel 7:758 lid 4 BW. Artikel 7:758 lid 4 BW is van dwingend recht hetgeen de noodzaak verklaart waarom de UAV op dit punt moest worden herzien.
|
Artikel 7:758 lid 4 BW: In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In andere gevallen kan van dit lid alleen ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, indien dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen. |
|---|
Afwijken van Artikel 7:758 lid 4 BW
Artikel 7:758 lid 4 BW geldt voor bouwwerken in alle gevolgklassen*.
Artikel 7:758 lid 4 BW is van dwingend recht bij consument-opdrachtgevers zodat daarvan niet kan worden afgeweken. Ingeval van een professionele opdrachtgever mag worden afgeweken. Het afwijken (bij niet-consumenten) kan alleen als dit uitdrukkelijk is opgenomen in de overeenkomst zo stelt de wettekst. En volgens de toelichting op de wettekst in ieder geval niet bij algemene voorwaarden en dus ook niet in een bestek waarin algemene voorwaarden zijn opgenomen. De wetgever wil hiermee 'eenvoudig' afwijken (via algemene voorwaarden of het bestek) voorkomen; het afwijken van artikel 7:758 lid 4 moet het resultaat zijn van rechtstreekse onderhandelingen tussen de opdrachtgever en de aannemer. De aannemer is (meestal) niet betrokken geweest bij het opstellen van het bestek, wel bij het opstellen van de overeenkomst.
'Bouwwerk' versus 'het werk'
Artikel 758 BW gaat over ‘bouwwerken’. De UAV gaat over ‘het werk’. ‘Het werk’ is niet altijd het realiseren van een ‘bouwwerk’. Je kan bijvoorbeeld een bestek opstellen van een werk dat alleen uit schilderwerk bestaat of alleen uit restauratiewerk. In dat geval zou de aannemer na oplevering niet meer aansprakelijk zijn voor verborgen gebreken. Helaas is hier bij het herzien van de UAV geen rekening mee gehouden. Wanneer ‘het werk’ niet het realiseren van een ‘bouwwerk’ betreft, moet er wellicht een aanvullende besteksbepaling worden opgenomen met betrekking tot aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering.
Het door het ibr gepubliceerde rapport De betekenis van het begrip ‘bouwwerk’ gaat dieper in op de betekenins van het begrip 'bouwwerk'.
* Gevolgklasse
Klasse waarin een bouwwerk volgens NEN-EN 1990 wordt ingedeeld, waarbij de ernst van persoonlijke gevolgen (verlies van mensenlevens) en/of economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving, door bezwijken van de constructie maatgevend is voor de bepaling van de klasse. Er zijn 3 ‘gevolgklassen’.
Mark van de Laak | 26-03-2025
UAV 2012 – AANNEMINGSOVEREENKOMST

Probleemstelling
Kent u de situatie dat er een bestek is en daarbij een ellenlange aannemingsovereenkomst met allerlei administratieve bepalingen? Meestal leidt dat tot tegenstrijdigheden met vervelende consequenties voor zowel de aannemer als de opdrachtgever.
Als de (concept) aannemingsovereenkomst nog niet getoond is vóór de inschrijvingsdatum wordt de aannemer bovendien geconfronteerde met nieuwe/aanvullende bepalingen, waarvan je je kunt afvragen of dat een faire start is.
De regels volgens de UAV 2012
Volgens de UAV 2012 moet er een 'overeenkomst van aanneming van werk' (ook wel ‘aannemingsovereenkomst’) worden opgemaakt tussen opdrachtgever en aannemer. In § 1 van de UAV 2012 is aangegeven dat de 'voor het werk geldende voorwaarden' (administratieve bepalingen) onderdeel uitmaken van 'het bestek'. ‘De overeenkomst’ bestaat in feite dus alleen uit:
- een korte aanduiding van ‘het werk’;
- vermelding van de partijen met rechtsgeldig vertegenwoordiger;
- vermelding de overeengekomen aannemingssom;
- referentie naar het bestek en de Nota('s) van Wijziging/Aanvulling;
- rechtsgeldige ondertekening.
Ik heb verschillende redenen gehoord waarom er in ‘de overeenkomst’ administratieve bepalingen worden opgenomen, zoals:
- de bepalingen in het bestek zijn niet goed genoeg;
- de overeenkomst is door onze jurist opgesteld (en die is kundiger dan de bestekschrijver);
- in ‘de overeenkomst’ zijn de belangrijkste bepalingen nog eens opgenomen (helaas vaak met andere/tegenstrijdige formuleringen!);
- zo doen we het altijd.
Advies
Plaats alle administratieve bepalingen in één document, 'het bestek', zoals in de UAV 2012 is bedoeld. Dat is, wanneer de STABU-Systematiek wordt toegepast, ook om andere redenen verstandig:
- de standaard (administratieve) STABU-bepalingen zijn opgesteld en worden onderhouden door een deskundige projectgroep bestaande uit o.a. STABU-medewerkers, bestekschrijvers en bouwrecht-juristen;
- aannemers, opdrachtgevers en juristen zijn bekend met de systematiek en de standaard (administratieve) STABU-bepalingen;
- duidelijke opzet, structuur en codering in de bepalingen, die de UAV 2012 volgen;
- de bepalingen worden door ervaren STABU-bestekschrijvers opgesteld.
Uiteraard zullen opdrachtgevers en bedrijfsjuristen ideeën hebben over de inhoud van de te hanteren bepalingen. Beter om daar met de bestekschrijver over te communiceren dan apart te verwoorden in ‘de overeenkomst’. Daarbij kun je het document versterken door gebruik te maken van elkaars kennis.
'De overeenkomst' bestaat mijn inziens dus maar uit 1 à 2 A4-tjes met eerder vermelde items. Van de Laak BouwAdvies heeft een MS-Word onderlegger voor ‘de overeenkomst’. Mail voor een gratis exemplaar.
Nabrander
Het in dit artikel beschreven probleem doet zich ook vaak voor bij aanbestedingsleidraden. Hierin zie je ook steeds meer administratieve bepalingen staan die te maken hebben met de uitvoering van het werk. Ook hier is het advies dergelijke bepalingen op te nemen in het bestek, hierover te communiceren met de bestekschrijver en gebruik te maken van zijn deskundigheid.
© Mark van de Laak | 29-04-2019
UAV 2012 – OF GELIJKWAARDIG
'Of gelijkwaardig' volgens § 17, lid 5 van de UAV 2012
In een Bestekboek zie je vaak staan: Fabrikant: XYZ o.g. De toevoeging 'o.g.' staat voor 'of gelijkwaardig'.
Indien de UAV 2012 van toepassing zijn, is ‘o.g.’ ogenschijnlijk een overbodige toevoeging.
|
§ 17, lid 5 van de UAV 2012: Indien de directie zulks goed vindt, zal de aannemer in plaats van met een fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen andere mogen leveren, mits van overeenkomstige hoedanigheid. De directie onthoudt de goedkeuring niet op onredelijke gronden. |
|---|
Volgens § 17, lid 5 van de UAV 2012 mag de aannemer alternatieve bouwstoffen leveren, indien de directie dat goed vindt. Het voorstel van de aannemer kan dus worden afgewezen, dus zal hij de directie moeten overtuigen dat die andere bouwstof van overeenkomstige hoedanigheid is.
Wanneer 'o.g.' of een dergelijke toevoeging achter de fabrikantnaam staat, ligt het net even iets anders. Met zo'n toevoeging wordt aangegeven dat 'andere bouwstoffen' wenselijk zijn. De directie heeft nu minder recht de alternatieve bouwstof af te wijzen en zal bij afwijzing moeten aantonen dat het alternatief niet van overeenkomstige hoedanigheid is.
Onthouding goedkeuring op onredelijke gronden
T.o.v. de UAV 1989 is in versie 2012 de zin 'De directie onthoudt de goedkeuring niet op onredelijke gronden' toegevoegd. Waarschijnlijk is men gezwicht onder een aannemerslobby. Die laatste zin bevordert innovatie zou de onderbouwing ervan kunnen luiden, maar het blijft merkwaardig dat je niet zondermeer mag kiezen voor hetgeen je hebt gevraagd.
Stel voor dat je een VW Passat hebt gekocht en dat de verkoper net voor het levermoment zegt: “I.p.v. de Passat biedt ik u een Skoda Superb aan. U mag mijn nieuwe aanbod niet op onredelijke gronden afwijzen.”
Keuze fabrikant
De professionele bestekschrijver kiest overigens niet zomaar de fabrikant. Vaak heeft er al engineering plaatsgevonden samen met die fabrikant. Het gebruiken van kennis uit de markt bevordert de kwaliteit van het bestekboek. Daarbij is het beschrijven van 'kwaliteit' eenvoudiger door het vermelden van fabricaat en type, dan een uitgebreide technische specificatie.
Aanbestedende dienst
Anders is de situatie als de opdrachtgever een 'Aanbestedende dienst'* is en er aanbesteed moet worden overeenkomstig de ARW 2016. Volgens de aanbestedingswijzen beschreven in hoofdstukken 2, 3, 4, 5, 6, 8, 11 of 15* van de ARW2016, geldt dat de Aanbesteder in de technische specificaties (bestekboek) geen melding mag maken van een bepaald fabricaat en evenmin van een merk, waardoor bepaalde ondernemers of bepaalde producten worden bevoordeeld of uitgesloten. De aanbesteder kan vermelding van fabricaat/merk opnemen in de technische specificaties indien een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke beschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is en de melding vergezeld gaat van de woorden "of gelijkwaardig".
(N.B. Bovenstaand is een vereenvoudigde weergave ARW-bepaling m.b.t. voorschrijven fabricaat of merk.)
|
*) Art 1.1 Aanbestedingswet 2012: Aanbestedende dienst: de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling dan wel een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen; de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling dan wel een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen. |
|---|
|
**)
Aanbestedingswijzen in de ARW 2016 waarbij in de technische specificaties geen fabricaat/merk mag worden opgenomen, tenzij dit niet mogelijk is én vergezeld met "of gelijkwaardig". Hoofdstuk 2 Openbare procedure Hoofdstuk 3 Niet-openbare procedure Hoofdstuk 4 Concurrentiegerichte dialoog Hoofdstuk 6 Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging Hoofdstuk 8 Procedure van het innovatiepartnerschap Hoofdstuk 11 Procedure voor sociale en andere specifieke diensten Hoofdstuk 15 Plaatsen van opdrachten binnen een dynamisch aankoopsysteem |
|---|
© Mark van de Laak | 18-01-2017
UAV 2012 – KEUREN VAN BOUWSTOFFEN
Moet de directie bouwstoffen wel/niet keuren?
Ofwel: STABU Bepaling 01.02.18.01 wel/niet opnemen in het Bestekboek?
Inleiding
Met betrekking tot het keuren van bouwstoffen heeft de UAV 2012 ten opzichte van de UAV 1989 een wijziging ondergaan. In tegenstelling tot de UAV 1989 waarin is bepaald dat alle bouwstoffen gekeurd moeten worden, begint § 17-2 UAV 2012 met de zinsnede Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen gekeurd moeten worden […]. Zo ook § 18-1 UAV 2012, die begint met een soortgelijke zinsnede: Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen door de directie worden gekeurd […].
STABU heeft hierop geanticipeerd met de STABU bepaling 01.02.18.01:
|
01.02.18.01 GOEDKEURING VAN BOUWSTOFFEN De door de directie goed te keuren bouwstoffen zoals bedoeld in paragraaf 17 lid 2 en paragraaf 18 lid 1 van de UAV 2012 zijn de volgende: Met als keuzeopties: - alle bouwstoffen. - [.....] |
|---|
In dit artikel wordt ingegaan op de vraag of het verstandig is STABU bepaling 01.02.18.01 op te nemen in het bestekboek.
Vooraf
Over § 12-2, UAV 2012 - Aansprakelijkheid van de aannemer na de oplevering - is al het nodige geschreven. Deze paragraaf stelt dat de aannemer niet aansprakelijk is voor gebreken na oplevering indien deze door nauwlettend toezicht door de directie onderkend hadden kunnen worden.
Bij nauwlettend toezicht ontstaat dus de situatie dat de directie aansprakelijk is voor de door de aannemer gemaakte uitvoeringsfouten. § 12, UAV 2012 kan dus tot onredelijke rechtspraak leiden. Dit wordt nog eens haarfijn uitgelegd in het artikel “Voorstel herziening § 12, UAV 1989: een gemiste kans” van mr. W.J.M. Herber, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Bouwrecht uitgave 2011/76.
§ 12-2, UAV 2012 is ook de reden waarom destijds de ministers Schultz (Infrastructuur en Milieu) en Hillen (Defensie) de UAV 2012 niet hebben ondertekend.
“Geschiedenis”
In de UAV 1989 was bepaald dat de verwerking, keuring, etc. als volgt zou moeten geschieden (kort samengevat):
- Zodra bouwstoffen zijn aangevoerd op het werk dient de directie deze keuren (§18-1, UAV 1989).
- Indien goedgekeurd, kan de aannemer formulier B overleggen; met ondertekening van formulier B wordt de bouwstof eigendom van de opdrachtgever (§19-1, UAV 1989).
- De aannemer mag geen bouwstoffen verwerken, die niet zijn goedgekeurd (§17-2, UAV 1989).
- Niet verwerkte, goedgekeurde bouwstoffen die krachtens § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden, mogen worden meegenomen in de betalingstermijn (§40-3, UAV 1989).
- De directie kan verlangen om verwerkte, goedgekeurde bouwstoffen te vervangen; vervangingskosten voor rekening opdrachtgever (§19-1, UAV 1989).
Wel/niet keuren
Uit de praktijk bleek dat niet alle bouwstoffen werden gekeurd zoals het door de UAV 1989 was bedoeld. Een reden waarom de UAV 2012 op dit punt is herzien.
Middels STABU bepaling 01.02.18.01 kan in het bestekboek worden aangegeven of er wordt gekeurd en zo ja, welke bouwstoffen worden gekeurd. Indien in STABU bepaling 01.02.18.01 de keuzetekst alle bouwstoffen wordt geselecteerd, zijn we weer terug bij de situatie UAV 1989. De in § 17-2 en § 18-1, UAV 2012 opgenomen zinsnede Indien en voor zover in het bestek is bepaald biedt de mogelijkheid niet te keuren, waarbij STABU bepaling 01.02.18.01 dus moet worden weggelaten. § § 17-3, 18-1, 19-1, 20, 40-3 en 43a-7, van de UAV 2012 gaan over “goedgekeurde bouwstoffen”. Opmerkelijk is dat in de UAV 2012 nergens wordt gesproken over “niet-gekeurde bouwstoffen”. De vraag of dit een manco in UAV 2012 is, zal waarschijnlijk onbeantwoord blijven. Het feit dat er in de UAV 2012 geen bepalingen zijn gewijd aan “niet-gekeurde bouwstoffen” roept ten minste de volgende vragen op:
- Wanneer wordt een “niet-gekeurde bouwstof” eigendom van de opdrachtgever?
- Wanneer mag een “niet-gekeurde bouwstof” worden meegenomen in een betalingstermijn?
- Voor wie zijn de kosten indien de directie verlangd dat “niet-gekeurde bouwstoffen” moet worden vervangen i.v.m. geconstateerde gebreken?
- Is er sprake van nauwlettend toezicht zoals bedoeld in §12-2, UAV 2012, indien er geen bouwstoffen worden gekeurd?
Tevens zijn twee bouwrechtjuristen hierover geraadpleegd. Hun reacties op de gestelde vragen heb ik als volgt geïnterpreteerd.
Reactie op vraag 1: Eigendom van een bouwstof gaat door verwerking in het onroerend goed over op de eigenaar van het onroerend goed (Natrekkingsregel).
Reactie op vraag 2: Na verwerking mag een “(niet-gekeurde) bouwstof” worden meegenomen in een betalingstermijn, want dan is het eigendom van de opdrachtgever geworden. Het is niet verstandig om bouwstoffen te betalen die (nog) geen eigendom zijn.
Reactie op vraag 3: De kosten voor het vervangen van verwerkte, “niet-gekeurde bouwstoffen” met gebreken zijn voor rekening van de aannemer.
Uitsluitend indien bouwstoffen zijn goedgekeurd is het uitgangspunt dat de gebreken voor rekening van de opdrachtgever komen indien de directie het gebrek redelijkerwijs had kunnen ontdekken (§ 17-3, UAV 2012).
Reactie op vraag 4: De opdrachtgever heeft volgens de UAV 2012 het recht om niet de keuren. Indien er niet wordt gekeurd (STABU bepaling 01.02.18.01 niet opgenomen in het bestekboek), is het denkbaar dat gebreken niet worden ontdekt die bij keuring wel ontdekt hadden kunnen worden. In dat geval is de aannemer aansprakelijk. Hij kan zich niet verschuilen achter het argument dat bij keuring het gebrek had kunnen worden ontdekt, omdat de opdrachtgever het volste recht heeft te bepalen dat bouwstoffen niet worden gekeurd en daarbij moet de aannemer deugdelijke bouwstoffen leveren ongeacht of er wel dan wel niet wordt gekeurd.
Een groot probleem kan ontstaan indien het bestek voorschrijft dat er gekeurd moet worden en dit niet of onvoldoende door de directie wordt gedaan. Bij een gebrek na oplevering kan de aannemer stellen dat de directie bij nauwlettend toezicht het gebrek had kunnen ontdekken!
Evaluatie
Conclusie is dat de in de inleiding van dit artikel gestelde vraag terecht is.
De bestekschrijver moet samen met de directievoerende partij overwegen of STABU bepaling 01.02.18.01 al dan niet moet worden opgenomen in het bestekboek. Indien de bepaling wordt opgenomen, moet vervolgens (in overleg) worden vastgesteld welke bouwstoffen gekeurd moeten worden. Bij de keuze om wel te keuren, moet dit ook daadwerkelijk geschieden. Meer nog dan in de situatie van de UAV 1989 - omdat er expliciet in het bestekboek is aangegeven dat bouwstoffen worden gekeurd - zal de opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld voor gevolgen van het niet, of niet goed, keuren van bouwstoffen.
Uiteraard zijn er argumenten te bedenken dat het wel verstandig is bouwstoffen te keuren, bijvoorbeeld in geval van te hergebruiken bouwstoffen. Deze argumenten moeten ook worden meegenomen in de overweging.
© Mark van de Laak | 23-9-2013
UAV 2012 – GARANTIEVERKLARING
In welke situaties een garantieverklaring verlangen?
Garantie van aannemer
In een bestek waar er van de aannemer garantie voor onderdelen van het werk wordt verlangd, hoeft er door de aannemer geen garantieverklaring te worden verstrekt. In het bestek, dat onderdeel uitmaakt van de (aannemings)overeenkomst tussen de opdrachtgever en aannemer, zijn de garantievoorwaarden en garantieperioden vastgelegd. Zinloos om dan aparte garantieverklaring(en) van de aannemer te verlangen. Zelfs onwenselijk omdat het regelmatig voor komt dat tekst van zo’n garantieverklaring niet overeenstemt met het gestelde in het bestek.
Garantie van onderaannemer of leverancier
Anders is de situatie wanneer er voor een onderdeel niet van de aannemer, maar van de onderaannemer of leverancier garantie wordt verlangd. Lid 3, §22 van de UAV 2022 stelt dat de aannemer in dat geval moet zorgdragen voor de garantie van de onderaannemer of leverancier aan de opdrachtgever. De opdrachtgever heeft geen contractuele relatie met de onderaannemer/leverancier. Zij werken vaak volgens eigen bedrijfsvoorwaarden met garantiebepalingen die kunnen afwijken van het gestelde in het bestek. Om een 'battle of forms' te voorkomen kan bij het bestek een ‘Model garantieverklaring’ worden gevoegd, waarbij de aannemer ervoor moet zorgen dat de onderaannemer/leverancier de garantie overeenkomstig dat model verstrekt. Indien de verlangde garantie niet wordt afgegeven door de onderaannemer/leverancier, moet de aannemer volgens lid 3 van paragraaf 22 van de UAV 2022 zelf een dienovereenkomstige garantie verstrekken.
Een voorbeeld van een ‘Model garantieverklaring’ voor verstrekking van garantie door een onderaannemer/leverancier is hier te downloaden. MS-Word versie: klik hier.
© Mark van de Laak | 1-2-2022
